De bewoners van Vollersgracht 10cDe oudste gegevens over de bewoning van Vollersgracht 10c (vroeger 8, daarvoor Wijk 6, nummer 722) komen uit de volkstelling van 1818. Het gezinshoofd is op dat moment T. Sommerling.
De volkstelling van 1829 vermeldt het gezin van Hendrik Hazenbroek, schipper, zijn vrouw Neeltje Wous, groenteverkoopster, en twee kinderen: Arie en Neeltje.
Volgens de gegevens van de volkstelling van 1839 wordt het pand bewoond door het gezin van Joseph Wagemaker, winkelknecht, 35 jaar (geb. 15-03-1804). Zijn vrouw heet Maria van der Heijden, 40 jaar, (geb. 04-04-1799). Er zijn vier kinderen:
Hendrica, 20 jaar, (geb. 18-05-1819)
Maria, 18 jaar, (geb. 06-06-1821)
Cornelis, 16 jaar, (geb. 06-05-1823)
Johanna, 15 jaar, (geb. 08-04-1824)
Jansje, 13 jaar, (geb. 04-05-1826)
Dit gezin blijft hier tot waarschijnlijk 1863 wonen. In 1860 woont van de kinderen alleen Jansje nog thuis. De moeder, Maria van der Heijden (geb. 04-04-1799), overlijdt op 22 juli 1863.
De bewoning wordt voortgezet door familieleden. Op 8 april 1886 staat als hoofdbewoner ingeschreven: Johannes Melet, kleermaker, 34 jaar. (geb. 13-06-1826) en zijn vrouw Natje Wagemaker, 25 jaar, (geb. 02-05-1835). Ze krijgen op 1 april 1863 een dochter: Maria.
Vanaf 12 januari 1865 staat als hoofdbewoner vermeld: de weduwe Maria van der Heijden, 28 jaar, (geb. 14-06-1836) met haar dochter Anna Geertruida Stokkel, 9 jaar, (geb. 04-03-1855).
Vanaf 11 december 1874 is het Johannes Theodorus Overdijk, 59 jaar, (geb. 05-04-1815) en zijn vrouw Maria van der Heijden, 48 jaar, (geb. 11-07-1826).
Vanaf 9 april 1877 Hendrik Lolkes, 64 jaar, (geb. 08-03-1813) en zijn vrouw Hester Krispijn, 67 jaar, (geb. 04-05-1806) Vanaf 1 januari 1880 Maria Meijers, de weduwe Jacoba Platteel, 63 jaar, (geb. 03-03-1816) en haar zoon Laurens Pieter G. Boon, 26 jaar (geb. 03-06-1853).
Nieuwe gegevens komen uit het bevolkingsregister vanaf 1890. Vanaf 1 augustus 1890 wonen daar: Johannes Boom metselaar, 22 jaar (geb. 01-05-1868), zijn vrouw Sara Maria van der Waard, 25 jaar, (geb. 30-05-1865). Ze krijgen op 10 juni 1892 een zoon: Johannes Wilhelmus. Vanaf 22 december 1892 woont Neeltje Sophia van der Waard, 15 jaar, (geb. 0-08-1877) bij hen in. Het gezin vertrekt op 18 maart 1895.
Vanaf 30-04-1896 wordt het huis bewoond door Johannes Petrus Bonnet, kleedermaker, 23 jaar, (geb. 28-11-1872) en zijn vrouw Elisabeth Hudepool, 22 jaar, (geb. 05-09-1873). Ze krijgen op 19 september 1897 een dochter: Elisabeth Maria Francisca.
Op 12 maart 1896 komen er inwoners: Bernardus Martinus Hendrikus Keller, 27 jaar, (geb. 01-02-1869), zijn vrouw Cristina Hendrika van der Drift, 29 jaar, (geb. 19-09-1866) en drie kinderen:
Athonius Bernardus Leonardus, 3 jaar, (geb. 02-08-1892)
Maria Louisa Bernardina, 1 jaar, (geb. 02-05-1894)
Bernardina Clasina, 5 maanden, (geb. 15-10-1895)
Dit gezin vertrekt op 2 maart 1897.
Het gezin van Johannes Petrus Bonnet vertrekt op 2 mei 1898.
Op 9 mei 1898 komt het gezin van Pieter Johannes Lugtigheid, 25 jaar (geb. 20-06-1872). Hij is houtkunstdraaier en hij beoefent zijn vak aan huis. De begane grond van het huis wordt gebruikt als werkplaats. Pieter J. Lugtigheid is getrouwd met Elisabeth Kasteelen, 21 jaar, (geb. 24-11-1876). Ze hebben op dat moment twee kinderen:
Gerrit, 2 jaar, (geb. 04-03-1894)
Antonia Helena, 1 jaar (geb. 31-08-1895)
Vanaf 1 november 1900 woont Abraham Kasteelen, meubelmaker, 22 jaar, (geb. 05-07-1878) bij hen in. Waarschijnlijk familie en werkzaam in het bedrijf van Lugtigheid. Er worden nog twee kinderen geboren:
Pieter Johannes (geb. 06-11-1903)
Jan (geb. 20-04-1909)
De werkplaats staat vanaf 1903 aangeduid als ‘Stoomzagerij J.J. Lugtigheid’.
Vanaf 16-11-1915 woont Leendert Lugtigheid 17-08-1893 bij de familie in. Het gezin vertrekt op 19 september 1917 naar Oude Vest 89. Het bedrijf wordt daar voortgezet.
De nieuwe bewoners komen op 7 mei 1918. Het zijn Pieter Johannes Dirkse, 44 jaar, (geb. 10-01-1874) en zijn Duitse vrouw Paula Maria Heiler, 22 jaar (geb. 07-06-1896 te Crefeld).
Vanaf 22 oktober 1921 staat Abraham de Wit, 26 jaar (geb. 15-12-1894) op dit adres ingeschreven. Hij komt van Vollersgracht 10b, het pand ernaast. Eerder heeft hij op Vollersgracht 13 gewoond. Abraham de Wit is getrouwd met Maria Hendrika Boelee, 25 jaar (geb. 30-06-1896). Ze hebben op dat moment twee kinderen:
Gijsberta (geb. 27-5-1916)
Antonia Isabella (geb. 10-5-1921)
De Wit begint in dit pand een rijwielhandel. Later verkoopt hij ook grammofoons en muziekinstrumenten. Wegens ruimtegebrek brengt hij die in 1931 onder in een nieuw winkelpandje op nummer 9, recht tegenover nummer 10c. Op 14 maart 1934 later verhuist hij met zijn zaak naar Oude Vest 111, het winkelpand op de hoek van de Vollersgracht en de Oude Vest.
Vanaf ongeveer 1935 tot zeker 1964 wordt het pand bewoond door de Weduwe J.M. Bodrij-Teske. Haar dochter Coba trouwt met Liang Fo (overleden in 1958). Ze gaan wonen op nummer 17. ± 1955 is Wout Bodrij, de oudste zoon, de hoofdbewoner op 10c.
De begane grond van het pand wordt in de jaren vijftig gebruikt door Fer van Duuren, de vader van Fer van Duuren die later aan de Hooigracht een tapijthandel heeft. Van Duren heeft een handeltje in kachelhout.
Later zit de AA-groep erin, ofwel de Blauwe Knoop. De ruimte wordt o.a. gebruikt door een zangkoor en een knutselclub.
In 1962 opent Piet Steenhuisen (overl. 01-11-1978) hier een accuzaak van Varta. Piet Steenhuisen gaat met zijn vrouw Ans (overl. 03-09-2003) en zoon Niek boven de zaak wonen. De tweede zoon Arend Jan wordt geboren in 1965. Varta verandert later in Centurion. In 1974 verhuist het gezin van Piet Steenhuisen naar de Merenwijk. De accuzaak wordt tot ± 1980 voortgezet door dhr. Altorf.
Het het pand staat een tijd te koop. Het wordt uiteindelijk gekocht door twee jongens: Koos Groeneveld en Rob. Ze verhuren een kamer aan Lenneke, die al snel verkering heeft met Rob. Enkele jaren later neemt Koos Groeneveld het pand over. Zijn vrouw Nel van Kekeren trekt bij hem in. Ze krijgen twee kinderen: Pandora en Wanda.